
Jonkvrouwe Floks Stella Alexandra Hooft Graafland, geboren Amsterdam 11 februari 2025, dochter van jonkheer Patrick Willem Hooft Graafland en Dieuwke Hooft Graafland née Dijkmans van Gunst.
Afgelopen donderdag brachten Maarten en Vincent van Rossem een bezoek aan kasteel Twickel in Delden, waar zij onder meer een ontmoeting hadden met Roderik Graaf zu Castell-Rüdenhausen. Laatstgenoemde bewoont een zijvleugel van het kasteel. Ook bezochten zij kasteel Ruurlo. Kasteel Ruurlo en Twickel zijn door familiebanden binnen het geslacht Van Heeckeren nauw met elkaar verbonden – een aspect dat onderbelicht bleef.
Kasteel Ruurlo is tot in 1977 eeuwenlang in het bezit geweest van de Van Heeckerens. Een zoon huwde in 1831 de erfdochter van Twickel en zo werd ook dit familiebezit van de Van Heeckerens. De laatste barones Van Heeckeren op kasteel Twickel bracht al haar bezit onder in een stichting, die niet alleen het kasteel, maar ook het uitgebreide grondbezit voorbeeldig beheert.
Link naar de mogelijkheid om deze aflevering online terug te kijken: De broeders Van Rossem | NPO Start
Op zondag 23 februari loopt er een timed online veiling af bij Veilinghuis Peerdeman in Utrecht met kunst, antiek, design en sieraden. Tot de aangeboden kavels behoren ook twee gegraveerde portretjes Van Lennep en Van Horbag en een physionotrace Van Haersolte. Lees het verhaal hierbij hieronder en kijk voor de online catalogi van Veilinghuis Peerdeman in Utrecht op Veilinghuis Peerdeman Utrecht – Online Catalogus
Lotnummer 301 betreft twee gegraveerde miniatuurportretten en een physionotrace. Een physionotrace is een in 1785 uitgevonden Franse methode om met behulp van een soort pantograaf een portret en profil van iemand te maken.
Afgebeeld zijn linksboven mr. Cornelis van Lennep (1751-1813), die onder meer raad in de vroedschap van Amsterdam en representant in de Nationale Vergadering was, rechtsboven Diderik van Horbag (1752-1825), die raad in de vroedschap van Schoonhoven was en representant in de Nationale Vergadering, en onderaan Johan Willem Simon van Haersolte (1764-1817), die onder meer officier en representant in de Nationale Vergadering was. Zij behoorden alle drie tot de Patriotten in hun tijd.
Nakomelingen van Van Lennep werden als jonkheer/jonkvrouwe in de Nederlandse adel verheven. Zes kinderen van Van Haersolte werden als baron/barones erkend in de Nederlandse adel. De portretjes dateren uit het einde van de 18e eeuw.
De portretjes worden samen getaxeerd op 120-160 euro. Veilingopbrenst: 130 euro.
Benieuwd naar wat er verder geveild wordt bij Veilinghuis Peerdeman in Utrecht? Kijk dan in de online catalogi op Veilinghuis Peerdeman Utrecht – Online Catalogus
Deze week vertelde oud-nieuwslezer Jan de Hoop in de talkshow Renze aan presentator Renze Klamer dat in de gemeente Naaldwijk een straatnaam vanaf het begin fout vermeld is: Simon van Slingerlandt heette in werkelijkheid Simon van Slingelandt.
Simon van Slingelandt, heer van Patijnenburg (1664-1736), was een 18e-eeuws bestuurder en hij was in de jaren 1727-1736 raadspensionaris van Holland. Hiermee was hij de hoogste ambtenaar en adviseerde hij de staten van dit gewest.
Hij stamde uit een oud prominent regentengeslacht uit Dordrecht, dat al in de 15e eeuw in het bestuur van deze stad zat. In 1702 werden twee telgen verheven als baron des H.R. Rijks en vanaf 1815 werden meerdere nakomelingen in de Nederlandse adel opgenomen.
In de Grote Kerk of Onze-Lieve-Vrouwekerk in Dordrecht herinnert nog heden een imposante grafkapel aan de vooraanstaande positie die dit geslacht eens in Dordrecht innam. De grafkapel wordt afgesloten met een rijk gesmeed hekwerk met bovenin het familiewapen met daaronder de wapenspreuk CANDIDE ET CORDATE – oprecht en moedig.
Op 8 februari vond er een online veiling plaats bij Derksen Veilingbedrijf in Arnhem. Tot de aangeboden kavels behoorde ook tafelzilver: 6 kleine zilveren couverts, die gedateerd zijn in 1786 (juiste jaartal met hartelijke dank aan de tipgever!). Alle vorken en lepels zijn gegraveerd met het alliantiewapen Van der Capellen-Bentinck. De zes couverts werden getaxeerd op 200-400 euro, maar de veilingopbrengst was uiteindelijk 1855 euro.
Er zijn twee huwelijken van adellijke Van der Capellens met een freule Bentinck geweest: de bekende patriot Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784) huwde Hillegonda Bentinck (1738-1785). Daarnaast was er het huwelijk van Frederik Benjamin van der Capellen (1739-1806), onder meer burgemeester van Zutphen, met Isabella Johanna Bentinck (1722-1794).
Aangezien het eerstgenoemde echtpaar in 1786 al overleden was, betreft het hier het alliantiewapen van het tweede echtpaar.
Onder redactie van Mario Broekhuis, met teksten van Ben Olde Meierink, Mario Broekhuis en Claas Conijn en met fotografie door Amelia Gatacre verscheen onlangs het boek Koetshuizen in Nederland.
Met 21 unieke inkijkjes in de laatste nog intacte Koetshuizen in Nederland. Sensitief en kunstzinnig gefotografeerd. Door het licht dat er spaarzaam naar binnenvalt, het donkere hout en een enkel spinnenweb, zijn het gebouwen die een zeker mysterie uitstralen. De meeste zijn in privébezit, niet geopend voor het publiek. Ooit klonk er het ritmische geluid van paardenhoeven in het gangpad, sjouwden er stalknechten met emmers water, en werd er aan rijtuigen gepoetst tot ze blonken in het ochtendlicht. Wie in vorige eeuwen een rijtuig bezat, had een hele ‘equipage’ van paarden, tuigen en personeel. En dat had een onderkomen nodig: een koetshuis. Na vier jaar onderzoek is dit het eerste boek gewijd aan het meest multifunctionele bijgebouw op de Nederlandse buitenplaats. Dit standaardwerk neemt je mee door de tijd, van de dagen dat paarden van de adel nog een veilig heenkomen zochten binnen de gracht en versterkte muren van een voorburcht tot de negentiende eeuw, waarin het koetshuis zich ontplooide tot luxe onderdeel van het parklandschap van buitenplaatsen. Altijd stonden er paarden op stal, totdat de automobiel zijn intrede deed en de laatste koetshuizen tevens als garage gingen dienen. Beroemde architecten zoals Berlage en Eberson tekenden ontwerpen voor dit erfgoed dat nu veelal een monumentenstatus heeft, maar door herbestemming zijn unieke kenmerken dreigt te verliezen. Een fascinerend boek voor liefhebbers van buitenplaatsen, paarden en autohistorie.
Link naar bestelmogelijkheid: https://www.waanders.nl/nl/koetshuizen-in-nederland.html
Afgelopen zaterdag gaf John Töpfer, directeur AiN, een lezing op het symposium ‘Parels in de kroon’ op kasteel Wijchen over: De laatste – over het uitsterven van adellijke families en het herinnerd willen blijven worden. Het symposium was zeer goed georganiseerd, de deelnemers waren vol lof over de lezingen en kijken terug op een zeer geslaagde dag! Complimenten hierbij voor de organisatie en alle vrijwilligers op kasteel Wijchen!
Het onderwerp ‘De laatste’ kwam in de afgelopen jaren steeds weer op zijn pad: door aankopen op veilingen van bv. portretjes van uitgestorven geslachten, door het bij toeval vinden van een graf van een laatste van een adellijke familie (op een gesloten, overwoekerde begraafplaats), door interviews en door archiefonderzoek. In deze lezing deelde hij voor het eerst zijn gevonden informatie met daarbij veel, onbekend beeldmateriaal.
Voor adel is continuïteit van groot belang: voorouders worden herinnerd met portretten, memorabilia, in anekdotes en met verhalen in de familiekring of in boeken. Naar de komst van een stamhouder wordt meestal verwachtingsvol uitgekeken. Toch zijn er in de afgelopen eeuwen honderden adellijke geslachten uitgestorven en van bv. de oude adel in het gewest Holland bleef alleen de familie Van Wassenaer over.
Vanaf 1814 werd de Nederlandse adel in het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden uitgebreid door verheffingen in de adel, maar het uitstervingsproces gaat door en ieder jaar sterft er de komende jaren binnen de Nederlandse adel wel weer een adellijke familie uit. Wat doet dit met je, als je de laatste bent? Wat doe je met je familiebezit? Of maakt het je niet uit en reageer je zoals een baron (oude adel uit 1320) deed, toen zijn familie op het punt van uitsterven stond: “Die vond dat het wel mooi was geweest.”
De vraag is ook: wanneer ben je eigenlijk ‘de laatste’? Als laatste man? Maar de laatste kan ook een vrouw zijn. Soms is iemand de laatste van zijn tak of voelt iemand zich de laatste van een tijdperk. En is de laatste naamsdrager binnen de Nederlandse adel ook echte de laatste van zijn familie?
In deze lezing kregen de aanwezigen daarover iets meer te horen. De rest zal in de nabije toekomst in een boek gepubliceerd worden. Heeft u tips voor de auteur? Aarzel dan niet om te mailen naar info@adelinnederland.nl.
Philip Roelant Nicolaas (‘Flip’) baron van Verschuer, geboren Amsterdam 28 januari 2025, zoon van Gijs Karel Ferdinand baron van Verschuer en Fleur Lotte Getteke Hazewinkel.
Olga Maria Meyer zu Eiẞen, geboren Berlijn 29 januari 2025, dochter van Richard Meyer zu Eiẞen en Catherine Marie (‘Nynke’) barones van Verschuer.
In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 voltrok zich een ongekende ramp in met name Zeeland, waarbij 1836 doden te betreuren waren, vele dieren omkwamen en de materiële schade enorm was. Vandaag zal dit voor vele nabestaanden wederom een dag vol herinneringen zijn, die wij daarom heel veel sterkte en kracht toewensen.
Commissaris der Koningin: jonkheer mr. A.F.C. de Casembroot (1906-1965)
Eén van de velen die zich onvermoeibaar inzette voor de getroffenen was jonkheer mr. Auguste François Charles (‘Guus’) de Casembroot (1906-1965). Als zoon van een Zeeuws lid van de Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten van Zeeland was hij in de jaren 1932-1940 en 1946-1948 burgemeester van Westkapelle en werd hij in 1948 commissaris der Koningin in Zeeland.
Hij werd geroemd om zijn grote kennis van de provincie, sprak Zeeuws, kende de volkscultuur en wist zich steeds eenieder te herinneren met gezicht en naam die hij ontmoet had. Dankzij zijn improvisatietalent en zijn grote en oprechte betrokkenheid bij de Watersnoodramp werd hij zeer geliefd in Zeeland en noemde men hem Een van Ons. Het leverde hem in 1999 het predicaat ‘Zeeuw van de Eeuw’ op. Vanwege zijn grote verdiensten behaagde het H.M. de Koningin om hem te benoemen tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau
De verbondenheid van hem en zijn echtgenote, Sophie Constance barones van der Feltz (1908-2001) met Zeeland bleef ook na hun dood, zo bleek na hun beider overlijden: hun vermogen legateerde zij aan de Johanniter Orde, die hiermee in Middelburg een hospice financierde, dat de naam ‘Sint Jans hospice De Casembroot’ draagt en dat in 2002 door Koningin Beatrix geopend werd. In het hospice herinnert nog veel aan dit betrokken echtpaar.
Meer lezen over jonkheer Guus de Casembroot? Kijk dan op https://www.zalig-zeeland.com/zeeuwse-almanac/10-februari-afscheid-jhr-guus-de-casembroot
Burgemeester van Zierikzee: jonkheer mr. J. Schuurbeque Boeije (1891-1955)
Jonkheer mr. Jacobus Schuurbeque Boeije (1891-1955) werd in 1934 burgemeester van Zierikzee en bleef dit, ondanks ziekte, tot aan zijn overlijden in 1955. Zierikzee werd zwaar getroffen en vele huizen liepen grote schade op of stortten zelfs in. Ooggetuige Willem Bakker schreef: “Zo’n ramp heeft Zierikzee nog nooit meegemaakt. En wat zal het morgen zijn? En toch….. de Heer regeert.” Burgemeester Schuurbeque Boeije ging voortvarend aan het werk. Er werden voedselbonnen verstrekt en de bewoners werden verplicht geëvacueerd, waarbij er heel planmatig per wijk te werk werd gegaan. Ook bij de wederopbouw was hij vol daadkracht en dit resulteerde in een voor Zierikzee nog niet eerder voorgekomen plan voor de bouw van 131 woningen in 1955. Hoewel burgemeester Schuurbeque Boeije in Amsterdam na een ziekbed overleed, werd hij opgebaard in de burgemeesterskamer van het stadshuis in Zierikzee en vanwege de grote betrokkenheid van de bevolking vond het afscheid in de Concertzaal plaats. Commissaris der Koningin jonkheer Guus de Casembroot vertelde hier hoezeer de Watersnoodramp de burgemeester had aangegrepen en de loco-burgemeester A.M. ten Boer zei dat deze tot het laatst zijn krachten gaf voor de wederopbouw van Zierikzee.
Burgemeester van Veere: jonkheer I.F. den Beer Poortugael (1897-1977)
Jonkheer Idzerd Frans den Beer Poortugael (1897-1977) was in de jaren 1946-1964 burgemeester van Veere en hij kreeg in deze functie, maar ook persoonlijk, te maken met de gevolgen van de Watersnoodramp. Ook hij zette zich onvermoeibaar in en werd uiteindelijk vanwege zijn vele verdiensten voor Veere benoemd tot ere-burger van deze gemeente. Hoewel hij zeer graag een sluis in de Veersegatdam gehad had, in verband met Veere als thuishaven voor de vissersvloot, toch zei hij hierover bij zijn afscheid: “Geen mens mag aan zichzelf denken als het algemeen belang op het spel staat.” H.M. de Koningin behaagde het om hem te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Joan Derk van der Capellen deed 18de-eeuws Nederland op zijn grondvesten schudden. Zoals alleen hij dat kan vertelt Luc Panhuysen het opzienbarende verhaal van deze rebelse edelman.
26 september 1781. Inwoners van de Republiek zijn in rep en roer. Die nacht is het pamflet Aan het volk van Nederland verspreid: een aanklacht tegen de schrijnende ongelijkheid, voortwoekerende corruptie en ondemocratische macht van de Oranjes. Het schotschrift is de aanstoot tot de Patriottenstrijd, die nog altijd als beginpunt van onze huidige democratie gezien kan worden. Pas een ruime eeuw later wordt duidelijk wie de auteur van het explosieve pamflet was: Joan Derk van der Capellen.
In De Burgerbaron vertelt Luc Panhuysen het opzienbarende en vaak vergeten verhaal van de Overijsselse edelman. Hij neemt de lezer mee naar een tijd waarin het volk ver buiten de politiek werd gehouden, regenten zich in achterkamertjes verschansten en conflicten niet zelden in de doofpot belandden. Zoals alleen hij dat kan, wekt Panhuysen Joan Derk tot leven en laat hij zien hoe één man de geschiedenis eigenhandig een democratischere kant op stuurde.
Link naar bestelmogelijkheid: https://www.atlascontact.nl/boek/de-burgerbaron/